|
Ik denk dat ik gewoon aan mijzelf begin te twijfelen.
Ik moet mij voortdurend bewijzen aan andere mensen,
Om het zelfvertrouwen te winnen en dit kan gewoonweg niet. Ik zou alles moeten loslaten, en niet altijd proberen te zijn die ik gewoon niet ben. Ik geloof niet meer in mijzelf. Ik probeer de aandacht te trekken, door mij in de kijker te zetten, of liever gezegd om in een spiegel te kijken en om de waarheid niet onder ogen te durven zien. Ik heb mij nooit van dichtbij willen bekijken of benaderen. Ik heb gefaald en dit zou mij niet mogen gebeuren. Ik heb geprobeerd van alle aandacht naar mij te trekken, en ergens ben ik wel gelukkig dat jullie mij van in het begin door hadden en daarom neem ik jullie dat niet kwalijk. Het was mijn plicht om zo goed mogelijk alles naar buiten te brengen en zonder veel aandacht te moeten trekken. Het kon ook op een andere manier. Ben ik nu een slecht mens, of kom ik niet meer als geloofwaardig over. Het ligt gewoon aan mijzelf. Wat zou ik daar kunnen aan doen? Door mij anders op te stellen tegenover mijn medemensen, maar dit is niet zo gemakkelijk als je denkt. Ik hoop dat je mij ook begrijpt en tijd geeft om daarover te kunnen praten met de anderen.
Luc, Aalst, 2001
|
|