DE TUNNEL

De tunnel
Weet je wat 'De tunnel' is,
vraag ik aan kinderen vergewis.
neen, we zijn nog klein,
en spelen vinden we nog fijn.
ons hoofd dat denkt nog niet,
aan wat het later voorziet.
dan denk ik: och, laat het maar,
het zijn nog kinderen, nietwaar.
later als ze groot gaan zijn,
gaan ze voelen de tunnelpijn.
want de tunnel is een raar beest,
ikzelf ben er al honderden keren geweest.
vol wegen om in te slaan,
en te denken hoe het verder moet gaan.
telkens val je er weer in,
zonder te hebben veel zin.
en je moet er zelf terug uit,
willen of niet, vooruit.
het begin is donker en stil,
en het einde licht en pril.
In het midden bevind zich de duisternis,
om te denken hoe je leven is.
gaan we verder of terug,
gauw nadenken, want 't gaat vlug.
een mensenleven is niet lang,
dus zoek gauw hulp en wees niet bang.
niemand mag de tunnel bewonen,
zonder er ooit uit te komen.
want iedereen heeft het recht,
om te leven in het echt.
en zolang je je hoofd niet breekt,
en het binnenin niet preekt.
dan blijf je er beter uit, neem aan,
want 't is eng erin te gaan.
eruit komen is veel leuker,
dan is er rond je geen geleuter.
dan ga je weer je weg heel gauw,
wat je ook bent, man of vrouw.
ga er niet naartoe,
want voor je het weet ben je oud en moe.
en dan ga je voor altijd,
de tunnel in zonder spijt.
DAN ZIE JE AAN DE ANDERE KANT?
IEDEREEN DIE NAAR JE VERLANGT.
dan pas mag je in de tunnel komen,
en er tot in de eeuwigheid in blijven wonen.

Ann, Vilvoorde, 2003


Leef met een hart voor anderen
Als men geboren wordt