|
Ik kijk in de spiegel, en zie, nen dikke kop met een bros. Zet alles even op een rijtje, En denk bij mezelf : Ge zijt toch maar de klos, Met zo ‘n bros Ijdeltuiten, dat we zijn, willen we veren als een albatros. We willen pronken en schouwen, en vergeten daarbij, waar het echt om gaat. Men neemt mij ook zo wel, Als een echte kameraad.
Laurette, Lier, 2001
|
|