LEVENSVERHAAL VAN LEENTJE

Vanaf mijn geboorte heb ik moeten opboksen tegen het leven en
zelfrespect.
Ik werd geleefd, mijn mening telde niet.
Ik was een zorgenkind. Ik koste mijn ouders veel geld.
Vanaf mijn 5 jaar en een half werd ik naar een internaat gestuurd, het buitengewoon onderwijs wel te verstaan.
Ik heb een lichte mentale handicap. Mijn moeder had veel hartenpijn.
Tot mijn 19de heb ik er school gelopen.
In mijn kinderjaren werd ik gepest door kinderen in mijn straat.
Het grootste deel van mijn jeugd bracht ik door op het internaat.
Tijdens de schoolvakanties mocht ik naar huis. In de beroepsschool ging ik elk weekend naar huis.
Veel werd er over mijn handicap niet gepraat, dus bleef ik met vele vragen zitten.
Via kennissen werd ik tewerkgesteld in Mivas ( een beschutte werkplaats). Ik moest mij voortdurend bewijzen.
Door de hoge werkdruk moest ik mijn werk opgeven, ook door ziekte. Ik heb er 23 jaar gewerkt.
Mijn droom was om ooit haarkapster te worden. Helaas, door een hartafwijking zou ik dit beroep niet kunnen uitoefenen.
Ik de school werd het leven te mooi voorgesteld.
Wij zouden zogezegd in het gewoon arbeidsleven kunnen binnen
stappen.
De realiteit was helemaal anders.
Door tegenslagen heb ik echter leren incasseren.
Zo betaal in zoals eenieder belastingen.
Eigenlijk behoor ik nog bij de gelukkigen…
Toch heb ik er wel voor moeten knokken.
Ik probeer dan ook zoveel mogelijk te relativeren.
Nu woon ik zelfstandig en trek mij behoorlijk uit de slag.
Ik probeer alles positief te zien.
Mensen met een goed inkomen die staken om meer loon, dat begrijp ik niet, en dat terwijl er zoveel verborgen armoede is.
Arme mensen zouden meer kansen moeten krijgen.
Vele Vlamingen hebben meer zorgen dan ik.
Probeer arme en gehandicapte mensen sneller voort te helpen zonder al te veel administratie.
Het zal u veel papier en geloop besparen.
Dit is mijn gedacht.

Leentje, Lier, 2002


Met momenten
Wij zitten in een PWA-statuut