JE BENT NOOIT THUIS WANNEER DE MUREN OP JE AFKOMEN

Je bent nooit thuis wanneer de muren op je afkomen, wanneer je jezelf ontvlucht, je op de loop gaat voor je eigen eenzaamheid.
Thuis komen kan je niet als je steeds weer binnenkomt tussen vier eenzame muren.
Elke morgen vlucht je weer de straten in, waar zoveel andere thuislozen je voorbijstappen zonder dat je het merkt dat ook zij wegvluchten uit je omgeving.
Want het staat niet op je gelat te lezen. Het hangt niet als een pancarde op je rug hoe weinig thuis je jezelf wel voelt, hoe eenzaam en verlaten bent in je eigenste zelf, hoe je wegkwijnt als een verdorde plant.

Je gaat altijd maar voort en je hoopt ergens een deur te vinden waar iemand je binnen vraagt met een warme stem die zegt: hier ben je welkom.
Waar iemand je vriendschap geeft en jij diezelfde vriendschap terug kan geven, een deur waar je binnen komt en je de knusse warmte vindt van een warme huiskamer.
Een deur waar je genegenheid en begrip kan vinden. Een deur waar iemand je echt graag ziet binnenkomen waar men je aanwezigheid mist als je er eens niet bent, een plaats waar je echt iets betekent voor de anderen en je jezelf echt thuis kan voelen tussen zovelen die nooit een thuis hebben gevonden.

Elza, Aalst, 2002


Alleen zijn is maar alleen...