IK DWAAL MAAR ROND

Ik dwaal maar rond door de straten, ik hoor alleen mijn gedachten die tegen mij praten. Mensen lopen langs me voorbij, geen enkel gezicht dat naar mij kijkt.
In de verte zie ik een groepje mensen lachen en praten, naast mij een verliefd koppel op de bank.
Het is alsof ik onzichtbaar door het leven ga, weet men wel dat ik besta?
Moet ik misschien dit leven ondergaan of is er een andere toekomst in mijn bestaan?
Ik kijk naar boven naar de hemel en vraag aan God: ‘moet ik leven of moet ik sterven?’.
Een antwoord krijg ik niet, ik hoor alleen de wind in de takken van de bomen.
Een traan rolt over mijn wang en stap verder het onbekende tegemoet.
Opeen hoor ik een stem en draai me om, een lief meisje staat voor mij, met stralende ogen en een warme lach.
De zon straalt op har glanzende haren.
Ze vraagt me hoe dat ik heet, ik ben zo verlegen dat ik het niet meer weet.
Ze vraagt of ik niets wil gaan drinken. Wat een mooi gebaar!
Ze zegt dat ze me al eens had opgemerkt, ik schrik van verbazing.
Bij een kopje koffie vertel ik over de eenzaamheid van het leven, ze kijkt mij begrijpend aan.
Na een tijdje legt ze haar hand op de mijne, kijkt me in de ogen en geeft mij een kus.
De pijn verdwijnt langzaam uit mijn hart en maakt plaats voor geluk.
Ik loop nog altijd door de straten maar nu met iemand aan mijn zij.
Mensen stoppen weer om te praten, de eenzaamheid is voorbij.
Ik kijk terug naar de hemel en zeg: ‘God, misschien is het leven dan toch niet zo slecht.’
Ik kan van het leven houden, ik volg nu gewoon mijn hart.

Dieter, Vilvoorde, 2003


Schoonheid
Alleen zijn is maar alleen...