HONDEN INTERMEZZO

Honden intermezzo

Alleen voor liefhebbers van honden,want dat ben ik ook. Zelf woon ik alleen zonder huisdier. Daarom mijn voorkeur bezoekjes bij vrienden met honden. Een vriendin, eigenares van een kennel, niet echt een kennel maar ze verzorgt toch vier honden in een ruim afgesloten rustig domein. De viervoeters lopen vrij rond in huis en tuin en doen zo hun zin. Door mijn veelvuldige bezoeken ben ik een vriend des huize, een graag geziene gast voor Blacky, Micky, Witje en Donder.
Zo ook op die warme wolkeloze zonnige dag. Uit liefde voor die blaffers had ik pakken koekjes en snoepjes en uit liefde voor ‘t bazinnetje een ruiker rozen.
Ik had mij, volgens mijn normen, opgedirkt met een fleurig hemd, dito stropdas en witte schoenen. Voor de charme en om mijn kale knikker te verdoezelen had ik een haarstukje opgezet.
Zoals gewoonlijk werd ik door de honden luidruchtig.alsof het maanden was geleden, al blaffend ontvangen. Na de snoepjes, het was al een vaste regel onmiddellijk met de honden de tuin ingestuurd te worden op bevel van Bazinneke, “5pelen met Boy”, en dat was ik dan. Stoeien, ravotten, duikelen en lopen met die honden was voor mij een plezierig deugddoende uitlaatklep. Ik weet niet wie het meeste genot had, de honden of ik. Na een tijdje, we waren al flink bezweet, blies Bazinneke een pauze in. De honden werden in de tuin gelaten en ik zou thee komen drinken. Zij, 't Bazinneke, zou zich kleden voor 't avondeten. Toen ik even later binnen kwam schrok ik wel een beetje, het was even schrikken. Zich kleden had nu wel een rare betekenis. Zij was al schaars bedekt en nu nog schaarser waarbij ze mij ook uitnodigde me te ontdoen van het te veel hiriderende textiel.
Zwarte Blacky was intussen binnen gekomen en bleef in de deuropening staan, schudde zijn ruige kop en keek ons vragend aan; hij kon het spelletje van Bazinneke en Boy duidelijk niet goed begrijpen en was besluiteloos of hij zou meespelen of niet. Na een korte aarzeling nam hij het zekere voor het onzekere. Hij blafte de overige te samen en dan sprongen ze met z’n allen de salonbank op, die was niet bestand tegen zoveel druk, kipte om en wij gingen met z’n alle tegen de vlakte. Een ontwarrend kluwen van armen, benen, poten, hoofden en koppen, net een bol bevende spaghetti. Eén van de honden, ik denk Witje of was het Donder had zich uit de stuntelende wrong bevrijd en rende de tuin in met in zijn snuit als een trofeewinst, mijn pruik. Heel het gezelschap ging achter elkaar in een dolle achtervolging op jacht op het kleinood. Dat ging dan in drieste pret van hond naar hond. Met snoepjes en koekjes konden wij wat er van die pruik nog overbleef bemachtigen.
Tot slot schoten we in een niet te stoppen slappe lach. Bazinneke heeft een heel lange tijd dat haarstuk onder een stolp op een zichtbare plaats bewaard ter herinnering als één van haar prettigste belevenissen. Het heeft ons nadien nog dikwijls een slappe lach bezorgt.
P.S.: ik zal nooit meer een haarstuk dragen.

Lier, 2001


Florke
Ik ben moe