EEN VROUW DIE NOG NIET LANG GELEDEN...

Een vrouw die nog niet lang geleden, pas ontdekte dat ze iets kon...

Ik kan foto's maken, heksen maken, boetseren, teksten schrijven, computer, acteren, ik kan fatsoenlijk schrijven. Ik doe het. Ik doe het toch maar!
Vroeger stond ik altijd achteraan. Als er nu iets te doen is sta ik op de eerste rij. Dat is zelfvertrouwen. Hoe is dat zelfvertrouwen gegroeid? Door één persoon, die zei: " ge zijt een vrouw, laat zien dat ge een vrouw zijt ! Gij moet niet onderdoen voor andere vrouwen! Ge moogt uzelf niet afbreken."
Vroeger, als kind was ik veel ziek en ik was altijd een lompe.
Vroeger, in het lager onderwijs... Ik was altijd een lompe. Ik ben heel veel afwezig geweest. Ik kon niet mee. Ik mocht wel altijd overgaan, maar ik kon niet volgen. Ze hadden mij moeten laten overzitten, dan was er geen probleem geweest, dan had ik nu verdorie een diploma gehad.

De grootste fout van de maatschappij is dat ze zeggen dat ge lomp zijt, terwijl dat ge niet lomp zijt! Vroeger was dat zó: ik schreef links... het moest rechts. Nu mag dat... toen niet.
Ik was achteruitgesteld op school. Toen ik van school veranderde was het in 't begin wel een goede tijd. Wel moest ik van het 5de terug naar het 4de. Volgens de directeur: "ze is begaafd, intellligent genoeg, maar ze staat achter".

Het overgaan van de vorige jaren was niet verdiend. In het 6de leerjaar kon ik nog niet lezen. Ik moest nog steeds de woorden spellen, vooraleer ik ze kon lezen. In het 4de leerjaar (op die nieuwe school) werd ik nog dieper in de put geduwd, gekleineerd, in de grond geduwd - die juffrouw was niet waard om lerares te zijn.
Hoe ?... Ik kende de tafels niet. Bijvoorbeeld; ik wist niet: hoeveel is 5 x 9 =? Ze stuurde me van 't 4de naar 't 5de om te gaan vragen hoeveel 5 x 9 was. In heel de school zei en riep men: Viviane is een lompe, Viviane is een lompe, Viviane is een lompe !
Als ik toch iets goed had, dan had ik afgekeken, dan had ik het niet zelf gedaan.

Op moederdag mocht ik mijn bloempotje niet mee naar huis doen als straf. Ik heb het nooit aan mijn moeder kunnen geven.
Daar hebt ge 'n trauma van. Dat draagt ge 'n heel leven mee.
Ik ben 't 4de studiejaar doorgesparteld. Ik had schrik om naar school te gaan en ik had schrik om naar huis te gaan. Ik moest leren lezen tijdens de speeltijd, alleen in de klas. Die juffrouw was zelf wel weg. Gevolg : ik heb het vertikt om nog te leren. Ik voelde mij de lompste tegenover de klasgenoten. Ik was altijd alleen. Ik had geen vriendinnen. Ik was uitschot. Ge probeert vrienden te maken - dat gaat niet.

Ik ben dan gehuwd - kreeg kinderen - ik bleef thuis - ik kwam niet buiten. Wie moet nu een lompe hebben? Toch niemand hé ! Tot ik iemand heb ontmoet. Tot ik bevriend werd met de leraar van mijn zoon. Die zegde: ge zijt een pracht van een vrouw. Gij zijt heel veel waard, vanbinnen. Ik mocht openbloeien. Dat ik kon schrijven. Dat ik mocht zijn wie ik was.

Zo ben ik stilaan beginnen schrijven. De leraar zegde dat ik zo goed kon schrijven, combineren, wikken en wegen. Maar ik kan niet zonder fouten schrijven. Ik zoek een ander woord voor moeilijke woorden, die ik niet kan schrijven. Dan gebruik ik andere woorden.

Vivianne, Malle, 2002


Mijn kinderen zijn als goud
Ik heb 5 kinderen