|
Dit heb ik geschreven op zondagmiddag.
Ik voel mij ongelukkig. Ik zal zeggen waarom. Mijn leven is een aaneenschakeling van veel ellende. Het begon toen ik nog een kind was. Samen met mijn moeder en zus woonde ik ergens in een dorp waar de meeste mensen gelukkig waren. Ik wou dat ik dat ook kon zeggen. Maar als het over mij gaat is het meestal ongeluk.
Mijn vader heb ik nooit gekend. Ik was en onecht kind. Mijn moeder deed het huishouden van haar oudste halfzus en haar man. Ze werkte dag en nacht om onze monden te kunnen vullen. Op den duur kon ze niet meer. Het enige verzetje dat mijn moeder had was de zaterdag eens naar Brussel gaan met mijn zuster.
Zo ging ze eens op een dag alleen boodschappen doen en ze kwam niet meer terug. Ik wachtte en bleef wachten. Ik zei tegen mezelf ze zal wel iets goed bijhebben maar niemand kwam opdagen.
Om elf uur ’s avonds kwam iemand bellen aan de voordeur. Mijn schoonbroer deed open: moeder is opgesloten wegens diefstal in een magazijn. U kan ma gaan halen. Ik had alles gehoord. IK was toen vijf jaar. We waren in alle staten en we zijn moeder dan gaan halen. Mijn oudste zus zei: moeder wat heb je nu gedaan? Moeder wist het wel maar mijn kinderen moeten toch eten hebben, zei ze.
Toen we terug thuis kwamen stond er een politieagent op wacht. Ze kwamen alles doorzoeken en ze vonden ook van alles in ons huis. Ma, wat gaat er nu gebeuren vroegen mijn jongste zus en ik. Waarom doet ge dat nu mamma? Ik heb het gedaan voor jullie. Maandag moest ze voor de rechter verschijnen. Die maandag zag ik mijn zogezegde vrienden: Hé Eddy, ik heb iets bij voor te eten…. Het is gerief dat uw ma gestolen heeft. Heel het dorp wist het . En opeens stond ik daar helemaal alleen.
’s Avonds kwam mijn jongste zus, we moesten onze plan trekken want moeder zou voor 8 dagen de cel in moeten en als ze nog eens zou betrapt worden dan zou het voor 5 jaar zijn.
Als je zoiets meemaakt dan doet dat veel pijn. Sinds die tijd begreep ik wat ons moeder voor ons over had. Ik hoop maar een ding; dat mijn kleinkind dat nooit moet meemaken. In een moederhart zit veel goeds, maar zoiets had ze toch niet moeten doen. Mijn moeder is nu al een hele tijd overleden en op 1 november, dat weet ik zeker ga ik een bloempje zetten op haar graf en tegen haar zeggen dat ik nooit kwaad op haar ben geweest en dat wat ze gedaan heeft voor ons was.
Waar ge nu ook zijt moeder, ergens boven bij onze lieve heer, vergeten doen we u nooit. Ik denk dat er nog mensen zijn die zoiets hebben meegemaakt en daardoor voel ik mij niet meer alleen.
Eddy, Vilvoorde, 2003
|
|